Random patterns

Type:album
Format:CD
Performer(s):Köhn
Label(s):KRAAK
Label code:K071
Release date:17.10.2011
Present in Music centreja
Genre(s):electronica
Language:Instrumental

Track-Info

1.Armon dates ptrn
2.Modern past rant
3.Mantra portends
4.Transported man

Pressinfo

(...) "laat u verrassen door de heerlijk speelse ondertoon die De Blonde in de vier tracks binnensmokkelde door ze live bij elkaar te improviseren" (...) "Nog straffer is dat deze plaat er in vrijwel alle omstandigheden in slaagt om uw aandacht compleet 'op te zuigen'" (...) "en de realiteit om u heen in een oogwenk doet vervagen. Bye bye file, bye bye afwas, bye bye kwetterende schoonfamilie, en hello verzaligde glimlach op uw en onze tronie. Verslavend spul." (***)
(hs), Humo 3719, p. 179 (13.12.2011)

"Om meteen een geladen stelling te lanceren: Jürgen de Blonde is nog steeds een van de interessantste namen in ons abstracte muziekland, de ongekroonde köhning (sorry) van de Belgische experimentele elektronica. Met 'We Need More Space In The Cosmos' stapte Köhn twee jaar geleden al een beetje weg van het typerende knip- en plakwerk van eerdere albums, en laat het spookachtige 'Random Patterns' nu net de nachtversie zijn van die vorige plaat. 'Cosmos' leunde met z'n epische synth-melodieën dicht aan bij krautrock, 'Random Patterns' kiest resoluut voor het minimalisme van grote voorbeelden Steve Reich en Terry Riley. De vier geïmproviseerde variaties op dit album werden allemaal gespeeld op een elektrisch orgel, en die beschrijving mag misschien niet erg spannend klinken, de muziek doet dat wel. Het gaat hier niet zomaar om een steriel klankonderzoek, verstilde composities als 'Armon Dates prn' en 'Transported Man' (let op de anagrammen) dragen tussen alle complexiteit door een aangenaam gevoel van rust mee. Kaal, maar nooit kil, 'Random Patterns' is schitterend nachtvoer."
(ts), RifRaf #231, p.20 (december 2011)

"Volgens Köhn zelf staan op deze meest recente uitgave onder het onvolprezen Kraak-label 'pure transcendente improvisaties, meditaties op minimale loopjes en verschuivende arpeggio's'. Daar valt weinig aan toe te voegen, hoewel je ook zou kunnen stellen dat Köhn in de stilte en rust van de nacht lekker loos is gegaan op z'n Armon p200 elektrische orgel, dat hij diep in de repeterende riedels is gedoken en voorts in de betovering van de herhaling is blijven hangen. Het resultaat blijft evenwel hetzelfde en opent voor de luisteraar de deuren naar een wonderschone wereld ergens verscholen in de oneindigheid van de kosmos. (...) Een bemoedigend en moedig album dat helemaal is toegesneden op vinyl, zodat een lang nummer op kant A past en drie wat kortere op B. Helemaal in lijn met de geest van het album."
Arjan van Sorge, Gonzo (circus) 107, januari/februari 2012, p. 67